Ik werk als woonbegeleidster en ambulant hulpverlener bij Stichting A&M Zorg. In mijn werk begeleid ik voornamelijk alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s). Deze jongeren volg ik in hun ontwikkeling tot zij maximaal 21 jaar oud zijn. In die periode zie ik hen groeien, sterker worden en stap voor stap hun plek vinden in de Nederlandse maatschappij.
Nieuwsgierigheid en motivatie
Voor het eerst hoorde ik over deze doelgroep via een collega van mijn vorige werk. Ik kende de jongeren vooral uit het nieuws, maar had daar eigenlijk geen realistisch beeld bij. Tijdens mijn opleidingen werd deze doelgroep nauwelijks behandeld. Juist dat onbekende maakte mij nieuwsgierig.
Wat mij vooral aantrok, was het besef dat deze jongeren, ondanks alles wat zij hebben meegemaakt, niet ziek zijn. Ze zijn gezond, veerkrachtig en dragen veel levenservaring met zich mee. In de begeleiding ervaar ik ruimte om te werken vanuit het positieve: niet beheersen of controleren, maar bijdragen aan een gezonde ontwikkeling van het individu.
Van zorgen vóór naar versterken
In het begin handelde ik vooral vanuit bescherming en betrokkenheid. Deze jongeren hadden immers veel meegemaakt tijdens hun vlucht naar Nederland. Gaandeweg leerde ik dat hun grootste behoefte juist ligt bij duidelijkheid en praktische ondersteuning. Jongeren willen niet klein gehouden worden, maar serieus genomen worden en zelf richting geven aan hun leven.
In mijn begeleiding ga ik daarom op zoek naar hun innerlijke vuur en autonomie. Waar willen ze naartoe? Wat willen ze bereiken? Hoe kunnen ze successen behalen en hun plek vinden in de Nederlandse maatschappij? Elk stapje vooruit is een overwinning. Door daar bewust bij stil te staan, groeit hun zelfvertrouwen en hun gevoel van eigen kracht.
Vertrouwen, verbinding en humor
Nu ik inmiddels vier jaar met deze doelgroep werk, weet ik zeker dat ik niets anders meer zou willen doen. Het werk geeft mij enorm veel plezier en heeft mij als mens laten groeien. Ik heb geleerd om los te laten en te vertrouwen op de veerkracht van jongeren. Vallen hoort erbij, en juist daardoor leren ze weer opstaan.
De relatie met mijn jongeren voelt als samenwerken in een team. We vormen een tandem. Zij noemen mij liever geen hulpverlener, want dan zouden zij ‘cliënt’ zijn. Die gelijkwaardigheid is voor ons belangrijk. Naarmate het vertrouwen groeit, zien zij niet alleen de hulpverlener, maar ook de mens achter de functie.
Humor speelt daarbij een grote rol. Taal is geen echte belemmering; het leren van het Nederlands zorgt regelmatig voor grappige versprekingen. Samen lachen maakt het contact luchtig en versterkt de band. Ook zonder perfecte woorden kun je elkaar goed begrijpen.
Trots op menselijk werken
Wat ik vooral wil uitstralen, is hoe leuk ik mijn werk vind en hoeveel waardering ik heb voor deze jongeren. Ik ben trots op wat ik doe, juist omdat ik daarin dicht bij mezelf blijf. Mijn manier van werken is menselijk, oprecht en niet perfect – en dat hoeft ook niet.
Ik kan van betekenis zijn in het leven van een ander en haal daar zelf elke dag voldoening uit. Dat maakt mijn werk bij Stichting A&M Zorg bijzonder. Tegelijkertijd heb ik geleerd te relativeren en bewuster in het leven te staan. Mijn eigen veilige leven is geen vanzelfsprekendheid, maar wel iets om dankbaar voor te zijn.
Deze jongeren zijn niet zielig. Het zijn persoonlijkheden, ieder met een eigen karakter. Van rustig en teruggetrokken tot echte boefjes die graag grenzen opzoeken. Juist die diversiteit maakt mijn werk waardevol.